Save Money to Invest
🕊️ Financiële Planning

Lijfrente: pensioen opbouwen met belastingvoordeel

Een lijfrente is een manier om zelf voor extra pensioen te sparen, met belastingvoordeel. Het valt onder de derde pijler: wat je bovenop de AOW en je aanvullend pensioen zelf regelt. De premies die je inlegt, mag je onder voorwaarden aftrekken in box 1, binnen een ruimte die 'jaarruimte' en 'reserveringsruimte' heet. In dit artikel lees je hoe je die ruimte berekent, wat er met het geld gebeurt, hoe de uitkering later wordt belast, en hoe een lijfrente zich verhoudt tot banksparen en gewoon beleggen in box 3.

Voor wie is een lijfrente?

Een lijfrente is vooral interessant als je een pensioentekort hebt: je bouwt via je werkgever weinig of geen pensioen op (bijvoorbeeld als zzp'er), of je hebt jaren gemist. Alleen dan heb je fiscale ruimte om af te trekken.

Je sluit een lijfrente af bij een bank (dan heet het vaak lijfrentesparen of banksparen), een verzekeraar of een beleggingsinstelling. Je legt periodiek of met een bedrag ineens geld in, dat vaststaat tot je pensioendatum.

Jaarruimte en reserveringsruimte

Je jaarruimte is het bedrag dat je dit jaar fiscaal aftrekbaar mag inleggen. De basis is je premiegrondslag: je inkomen (zoals loon of winst) uit het voorgaande jaar min de AOW-franchise, die in 2026 19.172 euro is. Over die premiegrondslag mag je in 2026 30% reserveren.

Bouw je ook pensioen op via een werkgever, dan verlaag je de uitkomst met 6,27 maal factor A (de pensioenaangroei uit het voorgaande jaar, die je van je pensioenuitvoerder krijgt via het Uniform Pensioenoverzicht). Wie helemaal geen werkgeverspensioen opbouwt, houdt de volledige 30% over. De maximale jaarruimte in 2026 is ongeveer 35.589 euro; controleer dat bedrag en de formule op belastingdienst.nl of via de rekenhulp van de Belastingdienst.

Heb je in eerdere jaren je jaarruimte niet (helemaal) benut, dan kun je die alsnog gebruiken via de reserveringsruimte: de niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar, tot een wettelijk maximum. Dat maximum ligt hoger in de jaren vlak vóór je AOW-leeftijd. De actuele bedragen staan op belastingdienst.nl.

Met de Wet toekomst pensioenen is deze fiscale ruimte verruimd: het aftrekpercentage over de premiegrondslag ging omhoog naar 30% en de reserveringsruimte is verruimd en over een langere periode (tien jaar) te benutten. Daardoor kunnen vooral zzp'ers en mensen met een pensioentekort meer fiscaal vriendelijk inleggen dan onder de oude regels. De precieze percentages en maximumbedragen worden jaarlijks vastgesteld; kijk voor 2026 op belastingdienst.nl.

Vaststaand geld en belaste uitkering

Omdat je de inleg hebt afgetrokken, staat het geld vast: je kunt er niet zomaar bij vóór je pensioendatum. Haal je het toch eerder op, dan betaal je belasting plus in de regel 20% revisierente. De lijfrente is dus echt bedoeld voor later.

Op je pensioendatum koop je met het opgebouwde bedrag een periodieke uitkering aan (bijvoorbeeld levenslang of tijdelijk gedurende minimaal een aantal jaren). Die uitkering wordt belast in box 1. Vaak is je tarief na je AOW-leeftijd lager dan tijdens je werkzame leven, waardoor je per saldo belasting uitstelt tegen een lager tarief. Bovendien telt het opgebouwde lijfrentekapitaal niet mee in box 3.

Lijfrente, banksparen of beleggen in box 3

Lijfrente via een bank (banksparen) geeft een vaste of variabele rente en een gegarandeerde einddatum; lijfrentebeleggen kan meer opleveren maar met koersrisico. Bij beide geldt hetzelfde belastingvoordeel: aftrek nu, belaste uitkering later, en buiten box 3.

Gewoon beleggen in box 3 (zonder lijfrentemantel) geeft géén aftrek, maar je houdt volledige flexibiliteit: je kunt er altijd bij. Boven het heffingvrij vermogen betaal je wel box 3-belasting. Voor wie geen aftrekruimte heeft, of het geld mogelijk eerder nodig heeft, kan vrij beleggen logischer zijn. Voor wie wél aftrekruimte heeft, het geld tot de pensioendatum kan missen en een lager tarief na de AOW-leeftijd verwacht, is een lijfrente vaak voordeliger.

Veelgestelde Vragen

Hoe bereken ik mijn jaarruimte in 2026?
Neem je inkomen van vorig jaar min de AOW-franchise (19.172 euro in 2026); dat is je premiegrondslag. Daarvan mag je 30% reserveren, verminderd met 6,27 maal factor A als je werkgeverspensioen opbouwt. De maximale jaarruimte is ongeveer 35.589 euro. Gebruik de rekenhulp op belastingdienst.nl.
Kan ik bij mijn lijfrente vóór mijn pensioen?
In principe niet zonder gevolgen. Haal je het geld eerder op, dan betaal je belasting in box 1 plus in de regel 20% revisierente. De lijfrente is bedoeld als aanvulling op je pensioen.
Wordt mijn lijfrente-uitkering belast?
Ja, de uitkering wordt belast in box 1. Omdat je tarief na je AOW-leeftijd vaak lager is dan tijdens je werkzame leven, stel je belasting uit tegen doorgaans een lager tarief. Het opgebouwde kapitaal telt niet mee in box 3.
Lijfrente of gewoon beleggen in box 3?
Lijfrente geeft aftrek nu en een belaste uitkering later, maar het geld staat vast tot je pensioendatum. Vrij beleggen in box 3 geeft geen aftrek maar volledige flexibiliteit. Heb je aftrekruimte en kun je het geld missen, dan is lijfrente vaak voordeliger.

Informatieve inhoud, geen financieel, fiscaal of juridisch advies. Controleer bedragen, grenzen en geldende voorwaarden rechtstreeks bij de officiële bronnen (SVB, De Nederlandsche Bank, Belastingdienst, depositogarantiestelsel) voordat je een beslissing neemt.

Gerelateerde Artikelen